Misdrijven tegen de veiligheid van de staat
Artikel 106
1. Bij veroordeling wegens het inomschreven misdrijf artikel 92 kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-4° vermelde rechten worden uitgesproken. (zie: artikel 92, artikel 28, eerste lid, onder 1°-4°)
2. Bij veroordeling wegens een der in deomschreven misdrijven artikelen 93-103 kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-3° vermelde rechten worden uitgesproken. (zie: artikelen 93-103, artikel 28, eerste lid, onder 1°-3°)
3. Bij veroordeling wegens het inomschreven misdrijf artikel 105 kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft en van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-4° vermelde rechten, en kan openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak worden gelast. (zie: artikel 105, artikel 28, eerste lid, onder 1°-4°)