Wetboek van Strafrecht
← Terug naar overzicht

Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven

Artikel 400

1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft: 1°. de opvarende van een Nederlands vaartuig die opzettelijk niet gehoorzaamt aan enig bevel van de schipper in het belang van de veiligheid aan boord gegeven; 2°. de opvarende van een Nederlands vaartuig die, wetende dat de schipper van zijn vrijheid van handelen beroofd is, hem niet naar vermogen te hulp komt; 3°. de opvarende van een Nederlands vaartuig die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van insubordinatie, opzettelijk nalaat daarvan tijdig aan de schipper kennis te geven; 4°. de opvarende, niet zijnde schepeling, van een Nederlands vaartuig die opzettelijk niet gehoorzaamt aan enig bevel van de schipper tot handhaving van de orde en tucht aan boord gegeven. 2. De onder 3° vermelde bepaling is niet van toepassing indien de insubordinatie niet is gevolgd.
QR Code