Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht

Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband

Artikel 126ue

1. In een geval als bedoeld in , kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bepalen dat een vordering als bedoeld in , van degene die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, betrekking kan hebben op gegevens die eerst na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken en kan telkens met maximaal vier weken worden verlengd. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. De , en 126ud, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. (zie: artikel 126o, eerste lid, artikel 126ud, eerste lid, artikelen 126nd, tweede tot en met vierde lid en zevende lid) 2. In een geval als bedoeld in het eerste lid bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van de vordering wordt beƫindigd zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in . Een wijziging, aanvulling, verlenging of beƫindiging van de vordering vindt schriftelijk plaats. , is van overeenkomstige toepassing. (zie: artikel 126ud, eerste lid, Artikel 126nd, vierde lid) 3. Indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, kan de officier van justitie in een geval als bedoeld in het eerste lid in de vordering bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor een voorafgaande schriftelijke machtiging, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris, evenals voor een wijziging, aanvulling of verlenging van de vordering. , is van overeenkomstige toepassing. (zie: Artikel 126l, zevende lid)
QR Code