Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht

Inleidende bepalingen

Artikel 509g

1. Indien de rechter toepassing van , of overweegt, kan hij bij een met redenen omklede beslissing bevel geven dat de betrokkene ter observatie zal worden overgebracht naar een in het bevel aan te wijzen psychiatrisch ziekenhuis of een instelling tot klinische observatie bestemd, door Onze Minister van Veiligheid en Justitie overeenkomstig , aangewezen. (zie: artikel 6:6:10, eerste lid, onder e, artikel 198, vijfde lid, artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht) 2. Het bevel wordt niet gegeven dan nadat het oordeel van een of meer deskundigen is ingewonnen en het openbaar ministerie, de betrokkene en zijn raadsman zijn gehoord. 3. Indien het bevel is gegeven met het oog op een beslissing inzake toepassing van , wordt, in het geval dat de ter beschikking gestelde geen bekende verblijfplaats heeft of zich buiten Nederland ophoudt, de termijn van de terbeschikkingstelling geschorst tot het tijdstip waarop de tenuitvoerlegging van het bevel door het bekend worden van zijn verblijfplaats mogelijk is. (zie: artikel 6:6:10, eerste lid, onder e) 4. Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in , of geldt het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis of de instelling tot klinische observatie bestemd als verpleging van overheidswege. Het mag de duur van zeven weken niet te boven gaan. De rechter kan te allen tijde bevelen dat het verblijf op een vroeger tijdstip zal worden beëindigd. (zie: artikel 6:6:10, eerste lid, onder e, artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht)
QR Code