Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht

Onderzoek naar gebruik van geweld door ambtenaren

Artikel 511aa

1. In het feitenonderzoek kan de officier van justitie, of, indien de artikelen de hulpofficier of de opsporingsambtenaar als bevoegd aanwijzen, deze ambtenaar, de in de , , , met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, , , , , , , , , en bedoelde bevoegdheden uitoefenen en kan de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de bevoegdheden van de en uitoefenen. De rechter-commissaris kan de bevoegdheid van artikel 227 ook ambtshalve of op verzoek van de verdachte uitoefenen. , is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het feitenonderzoek alleen vatbaar voor inbeslagneming zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. (zie: artikelen 61a, eerste lid, onderdeel h, 96 tot en met 96c, 97, 99, 124, 125, 125i, 126nc, 126nd, 126nda, 126nf, 150, 151, artikelen 104 tot en met 110, 227, Artikel 94, eerste en derde lid) 2. Een bevel als bedoeld in de , , , , , en , wordt niet gericht aan de ambtenaar, bedoeld in . (zie: artikelen 96a, eerste lid, 105, eerste lid, 126nc, eerste lid, 126nd, eerste lid, 126nda, eerste lid, 126nf, eerste lid, artikel 511a, eerste lid) 3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend indien: a. het geweldgebruik, bedoeld in , lichamelijk letsel of de dood tot gevolg heeft gehad; (zie: artikel 511a, eerste lid) b. de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid in redelijke verhouding staat tot de aard van het geweldgebruik ter beoordeling waarvan het feitenonderzoek is ingesteld; c. het vergaren van gegevens voor het feitenonderzoek door uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid niet op een andere, minder ingrijpende wijze mogelijk is.
QR Code