Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht

Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het

Artikel 551

1. In geval van verdenking van een strafbaar feit als omschreven in de , , , , , en zijn de in bedoelde ambtenaren bevoegd ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van alle voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, voor zover de vordering tot uitlevering ertoe strekt om hun verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer mogelijk te maken, en die voorwerpen na uitlevering in beslag te nemen. , is van overeenkomstige toepassing. (zie: artikel 141, Artikel 96a, vierde lid, artikelen 92 tot en met 96, 97a tot en met 98d, 151d, 151e, 245 tot en met 250, 252, 273f van het Wetboek van Strafrecht) 2. Zij hebben toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijs vermoed kan worden, dat een zodanig strafbaar feit wordt begaan.
QR Code