Wegenverkeerswet 1994
← Terug naar overzicht

BA. Erkenning van bedrijven voor het verrichten van handelingen met betrekking tot de registratie van gegevens in het kentekenregister, de fabricage of registratie van kentekenplaten, de keuring van voertuigen of de inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen

Artikel 4auh

1. De Dienst Wegverkeer trekt een basiserkenning in: a. indien de erkenninghouder daarom verzoekt; b. indien de gegevens die met het oog op de verkrijging van een basiserkenning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; c. indien de erkenninghouder geen verklaring omtrent het gedrag overlegt overeenkomstig artikel 4auc; d. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of e. indien de erkenninghouder geen erkenning voor specifieke handelingen meer heeft. 2. Voordat de Dienst Wegverkeer toepassing geeft aan het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kan hij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen. 3. Een erkenning voor specifieke handelingen vervalt indien de basiserkenning is ingetrokken. 4. Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing op erkenningen voor specifieke handelingen. 5. De Dienst Wegverkeer trekt een bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue in indien: a. de degene aan wie de bevoegdheid is verleend daarom verzoekt; of b. de gegevens die met het oog op de verkrijging van de bevoegdheid zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest. 6. De Dienst Wegverkeer kan een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue intrekken of wijzigen indien de erkenninghouder of bevoegde persoon niet of niet meer voldoet aan de eisen voor de erkenning of bevoegdheid of aan de erkenning of bevoegdheid verbonden voorwaarden of uit de erkenning of bevoegdheid voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of in strijd daarmee handelt. 7. De Dienst Wegverkeer kan voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, of het zesde lid, een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn van ten hoogste twaalf weken. Indien een basiserkenning wordt geschorst, worden de erkenningen voor specifieke handelingen van de erkenninghouder voor dezelfde termijn geschorst. 8. Bij de intrekking van een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid van ten hoogste 30 maanden.
QR Code