Algemeen
Artikel 10b
1. Hij die handelt in strijd met een in , gegeven verbod wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie. (zie: artikel 2a, eerste lid)
2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in , gegeven verbod wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie. (zie: artikel 2a, eerste lid)
3. Indien het opzettelijk handelen in strijd met het in de , en , gegeven verbod betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie opgelegd. (zie: artikelen 2a, eerste lid, onderdelen A of C, 3b, eerste lid)