Algemeen
Artikel 13
1. De in , , en , strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. (zie: artikel 10, eerste lid, 10b, eerste lid, artikel 11, eerste lid)
2. De in de , , , , , en strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. (zie: artikelen 10, tweede tot en met zesde lid, 10a, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a, 11b)
3. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan:
a. een der in , strafbaar gestelde feiten voorzover die zijn gepleegd om het in , strafbaar gestelde feit voor te bereiden of te bevorderen, dan wel (zie: artikel 10a, eerste lid, artikel 10, vijfde lid)
b. poging tot of deelneming aan het in , strafbaar gestelde feit. (zie: artikel 10, vijfde lid)
4. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een der in , , , , , en strafbaar gestelde feiten, indien het feit is gepleegd aan boord van een buitenlands vaartuig dan wel een vaartuig zonder nationaliteit of een daarmee gelijk gesteld vaartuig uit hoofde van het internationale recht, op open zee, en wordt opgetreden in het kader van de toepassing van het Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel. (zie: artikel 10, tweede tot en met vijfde lid, artikel 10a eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, artikel 11, tweede tot en met vierde lid, artikel 11a)